De foto en het verhaal: als blikken konden doden…

Vakantie. Of je nu drie keer per jaar gaat of eens in de drie jaar, of je nu dichtbij blijft of het liefst zo ver mogelijk je strandstoel uitklapt, of je vliegt of met de auto gaat, voor cultuur of voor strand gaat, alle vakanties hebben iets met elkaar gemeen. Elke vakantie heeft namelijk zijn eigen verhaal. Verhalen die vaak een levenlang bijblijven.

Nu komend weekend de Grand Prix van Hongarije weer aanstaande is, mijmer ik even terug naar die vakantie lang geleden die ook absoluut een eigen verhaal had. Al zou je je bij het zien van onderstaande foto af kunnen vragen of het een verhaal met een happy end was…

Zomervakantie 1996. Ik was zeventien en voor het eerst in mijn leven mocht ik met mijn toenmalige vriendje op reis. Hoewel mijn moeder aanvankelijk nog wat huiverig was bij het idee, overtuigden we haar met sterke argumenten. We hadden al ruim anderhalf jaar verkering, a lifetime dus en dat ging echt niet zomaar mis omdat we op vakantie waren. En vriendje was al een keer eerder op de plek van bestemming geweest dus hij kende de omgeving. Wat kon er nou misgaan? Na de nodige doe je wel voorzichtig-niet verdwalen-niet met vreemden meegaan-veilig weer thuis-speeches stemde mijn moeder toe.

De bestemming was Siofok, de grootste badplaats aan het Balatonmeer in Hongarije. Ik, die nog nooit verder dan België was geweest, was in jubelstemming toen we na een lange busreis eindelijk aankwamen. Veertien dagen lang op een jeugdcamping in een omgeving waar het zonnig was, waar veel water was, waar je lekker kon eten voor bijna niets, waar vanalles te beleven was en waar ik met mijn lover was. Het avontuur kon beginnen!!!

En een avontuur was het. Struinen door de winkelstraten, met nieuwgemaakte campingvrienden op een skelter door Siofok scheuren – tot zover ‘doe je wel voorzichtig’ – de zigeunermarkt bezoeken, cultuursnuiven in Boedapest, bakken aan het Balatonmeer, in de plaatselijke discotheek dansen op de Macarena en lange avonden voor de tent met de nieuwgemaakte campingvrienden en meloenwodka.

Op een avond was het wel erg gezellig voor die tent en werd er iets te veel meloenwodka genuttigd door ondergetekende. Het resulteerde in veel minder gezelligheid ín de tent, omdat vriendje een nacht lang romantisch het haar van zijn vriendinnetje opzij moest houden telkens als er weer een golf wodka op zijn retour was. Als dank voor zijn diensten kotste ik ook nog de knuffelbeer die hij eerder die middag voor me de op de braderie gekocht had onder. True love, so sweet…
Anyway, de volgende ochtend werd ik redelijk geradbraakt wakker en herinnerden we ons iets te laat dat we die dag naar de Grand Prix op de Hungaroring zouden gaan. Hoe laat vertrok die bus ook alweer? Shit, die was al weg en nu zaten we met die kaartjes van wel zesduizend forinten in onze maag… Een maag die toch al niet zo stabiel aanvoelde.
Gelukkig wisten onze vrolijke reisleiders raad. Het stel Jos en Josje (je verzint het niet) zou ons met hun auto wel brengen want zij gingen ook naar het circuit. Het toeval – ieder goed verhaal heeft toeval nodig – wilde dat de auto van vrolijke Jos en Josje onderweg wat begon te roken vanuit de motorkap. Uiteindelijk kwamen we hortend en stotend en al net zo oververhit als de motor te laat bij het circuit aan. Jos en Josje zeiden dat we gewoon konden gaan, zij gingen wel wat regelen met de auto en na afloop konden wij ‘zoals gepland’ met de bus terug naar de camping. Met bus nummer dertien – ik had toen al onraad moeten ruiken – die op de grote parkeerplaats daar en daar zou staan…

Yep. Dat was het plan. De realiteit was dat de Grand Prix van Hongarije één grote chaos was. Het bleek al snel dat onze zilveren kaartjes niet garant stonden voor een idem plekje, want alles en iedereen krioelde door elkaar. Na een plekje in het dorre gras bemachtigd te hebben in de brandende zon, konden we over vele hoofden heen nog net zien hoe Jos Verstappen in ronde tien de grindbak in spinde. Tot zover het juichen voor de enige landgenoot op het asfalt. Duitse vlaggen wapperden een race lang rakelings om onze oren, want de vele aanwezige Duitsers juichten echter wel uitbundig om hun landgenoot Michael Schumacher aan te moedigen (ook hij zou overigens de race niet uitrijden, maar dat wisten ze toen nog niet). Met al het geraas van het gerace begonnen onze magen na een uurtje toch wel te knorren – het ontbijt hadden we deze ochtend maar even overgeslagen ­– en vriendlief zou wel even een hamburger en een blikje cola scoren. Na ruim een half uur kwam hij met een bedremmeld gezicht terug. Voor twee hamburgers en twee colaatjes werd hij in het land waar eten en drinken naar onze Hollandse maatstaven bijna gratis was, geacht om zestig gulden neer te tellen! Dat hadden we nou net even niet bij ons, dus keken we dorstig en met een lege maag de race uit om ons vervolgens tussen de menigte van voornamelijk teleurgestelde Duitsers door naar de uitgang te begeven.
‘Bus nummer dertien was het toch?’ vroeg ik toen we eindelijk op grote parkeerplaats daar en daar stonden.
Na een bevestigend knikje speurden we nog een keer alle nummers af. Zoveel bussen maar geen bus nummer dertien… Toch maar even op de parkeerplaats aan de andere kant kijken dan, maar ook daar geen bus nummer dertien of bekende gezichten van de camping te vinden.
Touringcars vol toeristen vertrokken en het parkeerterrein raakte leger en leger, wat mijn paniek stevig aanwakkerde. Dit was nu eenmaal niet het tijdperk waarin je gewoon even je mobieltje (je wat?) pakte en waarop je Google maps (Google wat?) opende… Ik hoorde mijn moeders stem weer in mijn achterhoofd. Doe je wel voorzichtig, niet verdwalen, niet met vreemden mee, veilig weer thuis…

Mijn vriendje – altijd optimistisch en in voor een avontuur – zag er de lol wel van in. ‘Joh, we gaan gewoon een stukje lopen, dan zien we wel waar we uitkomen. Het komt echt wel goed.’
Ik volgde hem de parkeerplaats af en keek uit over de eindeloze maïsvelden. ‘Dan zien we wel waar we uitkomen?’ vroeg ik chagrijnig van de honger, dorst en hitte. ‘We komen hier nooit meer weg!’ Al struinend door de maïsvelden begon mijn gezicht steeds meer op onweer te staan en vriendlief draaide zich naar me om, mét fotocamera in zijn handen (ja, zo een met een rolletje erin). Ik keek hem aan met een blik waar je terplekke gif van kon mengen en ik denk dat mijn letterlijke woorden op dat moment waren: als je nú een foto van me maakt, dan vermoord ik je hier terplekke en vinden ze je nooit meer terug!

Hij nam het risico en de foto, waarna het een zwijgzaam halfuur ploegen tussen de maïs duurde voor ook bij hem het optimisme enigszins begon te kantelen. Want nergens in de wijde omtrek was iets. Er was gewoonweg helemaal NIETS anders dan maïs!!!

‘Ik ga niet liften hoor,’ zei ik dreigend terwijl ik de stem van mijn moeder alweer in mijn achterhoofd hoorde. ‘Ik ga liever dood van de dorst dan dat een of andere seriemoordenaar ons omlegt (ja, het zat er ook toen al in).
We volgden de weg en na heel, heel, heel lang lopen kwamen we eindelijk weer in de bewoonde wereld waar we – hallelujah! – een camping aantroffen. Een camping mét een telefoon waarmee we Jos en Josje konden bellen en waar we druk puzzelden of we van onze laatste forinten misschien net twee koude colaatjes konden betalen. En toen was daar dat Nederlandse echtpaar dat ons had horen overleggen en ons een complete maaltijd aanbood. Als we terug in Nederland waren mochten we het geld wel terugstorten. Zo lief!!! En echt, die schnitzel met friet en vooral die koude colaatjes waren zooooo lekker. De zus van Jos en Josje (toch een beetje een vreemde dus, oei) haalde ons op en bracht ons in haar rode cabrio die het wel goed deed, terug naar de camping en zo was het eind goed al goed.

Ik ben tot op de dag van vandaag blij dat ik het toenmalige vriendje niet heb vermoord daar in die maïsvelden. Sterker nog, ik ben jaren later zelfs met hem getrouwd. En komende zondag zitten we samen op de bank – een gouden plekje dus – om naar de Grand Prix van Hongarije te kijken. Zónder meloenwodka en mét een lekker koud colaatje! Goed verhaal toch? 😉

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *